Posts tonen met het label persoonlijks. Alle posts tonen
Posts tonen met het label persoonlijks. Alle posts tonen

donderdag 8 december 2011

Ooteoote

Gisteren publiceerde ik mijn eerste stuk op het nieuwe literaire weblog Ooteoote. Het was de trouwdag van mijn ouders, besefte ik pas later. Dat ik dus wakker werd met gedachten aan mijn vader had zo zijn symbolische juistheid. Het stuk, 'Van Amstel tot Zaan', leest u hier. De redactie heeft er een fraaie foto bij geplaatst.

maandag 1 november 2010

Persoonlijk IM HM

Twitter, Facebook, en de traditionele Nederlandse media staan helemaal bol van het overlijden van Harry Mulisch. Zijn dood markeert dan ook het einde van een tijdperk in de Nederlandse literatuur.

De Tweede Wereldoorlog, als het nationale trauma en de eenheidstichtende mythe van het naoorlogse Nederland, is nu definitief beëindigd, ondanks het feit dat er nog andere schrijvers zijn die hem ook hebben beleefd en erdoor zijn getekend. Het laatste lid van de literaire Heilige Drieëenheid is weg. Op zo'n ogenblik houd je toch even je adem in om te begrijpen waar je bent en hoe het verder moet.

Van de 'Grote Drie' is het altijd Hermans geweest die mij het meest heeft geraakt. Qua wereldbeeld en stijl heb ik niet veel met hem gemeen, maar er is een gevoeligheid in hem, die mij altijd heeft ontroerd. Daarnaast is hij een Friese stijfkop en een kankerende Amsterdammer, en met beiden heb ik verwantschap. Friesland zit van moederszijde in mijn stamboom en de Kinkerbuurt waar Hermans opgroeide, is ook de buurt van mijn jeugd. Daarnaast trouwde Hermans met een Surinaamse, en heb ik me heimelijk daarom altijd zijn literaire zoon gevoeld. Toen hij stierf, in 1995, stierf zoiets als mijn geestelijke vader (73 jaar oud, net zoals in 2002 mijn biologische, Surinaamse, vader). Tegelijkertijd wist ik ook meteen dat de weg voor mij nu open lag, want 'Nederland' als thema, dat was voor mij Hermans' territorium. Dat ik even later de eerste oerversie van de Cycloon schreef, is dus niet verrassend.

Mulisch is voor mij als schrijver nooit zo essentieel geweest. Maar zijn onhollandse ambitie, zijn mythologiserende vermogen en internationale geörienteerdheid herken ik. En valse bescheidenheid heb ook ik niet. Alleen de 'Umsetzung' van dat alles is voor mij nooit een voorbeeld geweest (dat is geen enkele Nederlandstalige schrijver, ook Hermans niet, vanwege de grote invloed van het Modernisme op mij...) Ik bewonder zijn ideeënrijkdom, de knapheid van zijn structuren, zijn ijver. In het Pantheon zit hij zeker, verschillende werken zullen zijn naam levend houden.

De Nederlandse literatuur gaat verder zo lang er Nederlands gesproken wordt. Mulisch heeft een blijvende bijdrage geleverd. Het is aan alle levende en nog ongeboren schrijvers en schrijfsters hun best te doen, om hem te benaderen, te evenaren, te overtreffen in deze nog nieuwe en zware eeuw.

maandag 17 mei 2010

De schrijver praat u een beetje bij


Mijn leven is niet opwindend. Dat maakt het 'bijhouden' van een blog dan ook lastig. Ook jaag ik niet op ervaringen om iets te schrijven te hebben. Ik heb voor mezelf een levensdoel - de wereld waar ik deel van ben zo goed mogelijk te begrijpen plus enkele houdbare teksten te schrijven - en onderweg kruis ik het pad van talloze andere reizigers. Er is contact, uitwisseling, inzicht, conflict, plezier, woede. Zo word je verder bijgeslepen, slijp je anderen bij, en ga je verder. The End.

Al mijn intellectueel en emotioneel bewuste jaren kenmerken zich door hollen noch stilstaan - er is een beweging, een trage maar zeer gestage vordering, soms een triomfantelijke mars en een duizelende vlucht. Soms is er vertwijfeling, de vraag naar de uiteindelijke zin van überhaupt te willen schrijven voor een wereld die steeds minder wil lezen; soms is er euforie als de compromisloze inzet wordt beloond met aandacht, begrip, ja, zelfs geld. Dr. Johnson, de grootste Engelse criticus, zei ooit No man but a blockhead ever wrote except for money. Dan ben ik tot het jaar 2000 de grootste dombo geweest. Maar in die jaren van onbezoldigd moeten schrijven heb ik wel de grondslag gelegd voor alles wat men de komende tijd nog van mij zal gaan lezen.


Zoals 'Schaduw en ex', te verschijnen in een bundel van Meulenhoff, dit najaar.


zaterdag 30 mei 2009

Perdu

 

Op 5 juni as. draag ik voor bij Perdu, aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal. Deze onvolprezen stichting bestaat al 25 jaar in alle uniciteit. Ik heb er talloze stimulerende, horizonverruimende avonden beleefd. Ik stapte in 1987 voor de eerste keer de winkel binnen, toen nog in de Kerkstraat, en niet ver van het gebouw van de Evangelische Broedergemeente waar mijn Surinaamse vader soms wel eens kwam, meer uit plichtsgevoel dan godsvrucht. (Ik ben gedoopt Herrnhutter, een concessie van mijn vader aan de zijne, dominee en naamgenoot Johannes Zacheus Herrenberg.)

Terug naar Perdu!

Ik had in Het Parool een interview met oprichter Chris Keulemans gelezen, waarin hij De Verloren Tijd, zoals het toen nog heette, vergeleek met Shakespeare and Company, de legendarische boekhandel in Parijs die ooit Joyce's 'Ulysses' publiceerde. Wat kon ik, als rechtgeaard Joyceaan, anders doen dan de zaak eens opzoeken? Imperatief kondigde ik aan, de onhandig arrogante 26-jarige, te willen komen voordragen uit eigen werk. De dienstdoende vrijwilliger keek me verbaasd aan. Hij zei dat hij daar niet over ging, dat daar een redactie voor was. Ik vertelde dat mijn werk heel boeiend was en mijn voordracht sterk. 'Je klinkt wel erg beslist.' 'Met reden', zei ik. In bescheidenheid, vals of anderszins, blonk (blink?) ik niet uit. Om een lang verhaal kort te maken - pas op 12 oktober 1990 deed zich de eerste gelegenheid voor.

Het was de start van het seizoen en Perdu had een Open Podium. Ik meldde me aan en las twee minuten voor (een kookwekker tikte) uit het prozawerk waar ik toen al jaren aan bezig was. Het sloeg in bij de helft van het publiek, dat weet ik, want toen er later op de avond gestemd moest worden over wie nog een tweede keer mocht komen voordragen, waren de meningen precies verdeeld. Jaap Boots, de 'presenteermeneer' zoals Perdu dat ludiek jarenzestigachtig noemde, vond dat het nee was. Hij was dus ook even een 'decideermeneer'... Maar ondanks dat ik niet nogmaals iets kon laten horen, ging ik toch weg met een belangrijk contact, mijn allereerste in de literaire wereld: Willem Desmense, die ik als dichter die avond had zien optreden, wilde me hebben voor zijn tijdschrift Breuk

And the rest (vult u maar in).

Ik verheug me op 5 juni.

 

maandag 4 mei 2009

Het krankzinnig program wordt dertig

 

Zeventien jaar oud, in de voorfase van een nieuwe mythe die in me groeide, schreef ik vijf woorden die met elkaar de code, het doel, de motor van mijn schrijverschap vormen - de Startzin. Zo'n Startzin is geeneens bedoeld om te vervullen, maar om je permanent aan te sporen. De tijd zal uitwijzen of ik zal doen wat iets in mij mij toen beval:

X BLIKSEM ABC HET AL

 

zondag 26 april 2009

Naderende verhuizing

 
Binnenkort betrek ik, vers gescheiden, een kamer in Delft. Ergens. Aangezien ik bij woongroepen aan het solliciteren ben, ligt mijn lot in handen van aardige mensen die natuurlijk ook wel zo aardig moeten zijn jou aardig genoeg te vinden om je voor enkele jaren zeer dichtbij te dulden, kokend en etend, kletsend en klussend. De komende week wacht één woongroep in hartje Delft een belangrijke beslissing. Wordt het ja, dan kan ik mijn boeken in dozen gaan stoppen en wordt mijn uitzicht grandioos - gracht, hemelblauw en het slanke silhouet van de Nieuwe Kerk...

Een eigen huis zit er voorlopig niet in. Als ik dat al zou willen. De enige, en laatste, verblijfplaats die ik ooit nog wel  eens zou kunnen bezitten, is een graf. Zoals een onsterfelijke dichter zingt:

Een eigen huis
een plek onder de grond


Maar zelfs dat is niet zeker.

zondag 19 april 2009

Van een oude titel die niet voorbijging

 
Ik heb vandaag de titel van mijn eerste (nog ongepubliceerde) dichtbundel veranderd, zodat er iets meer van de inhoud wordt verraden. Het neutrale(re) 'Eerste poëzie' doet dat niet, zou goed als ondertitel kunnen fungeren (zie ook hier). De titel die ik nu heb, 'Love Storing', behoort toe aan mijn eerste poging tot serieuze literatuur, een mislukte roman die ik in april 1977, 15 jaar oud, begon. Ik verwierp de titel later ten gunste van het grootsere 'Tantalus Triomfator' (inderdaad, ik was een puber met visionaire vlagen). De roman muteerde op 4 mei 1979 tot iets veel ambitieuzers: een heuse mythe, waarin ikwording, werkontstaan en wereldschepping een onschokbaar verbond zouden sluiten in een ongehoord Nederlands. Ik heb daar enkele jaren aan gewerkt, begreep echter dat ik nog te weinig begreep, te weinig had ervaren, en legde het werk dus in 1984 onvoltooid terzijde. 'Ego', zo heette het boek, is de fundering waarop al het andere staat dat ik sindsdien heb geschreven, ja, ook door de 'Cycloon' schemert het heen.

Ik heb nog altijd één hoop - dat 'Ego' het werk is waarmee ik mijn schrijversleven mag beëindigen...

Afwachten.

 

zondag 5 april 2009

De poëzie van een prozaïst

 
Zo lang als ik bewust lees, lees ik poëzie. Dat begon al zeer vroeg met Shelley en Milton, toen ik een jaar of veertien was. Toen, op mijn zestiende, ontdekte ik Eliot, en vanaf dat ogenblik was de poëzie, in verschillende talen, voor mij niet meer weg te denken uit mijn literaire overwegingen. En dit ondanks het feit dat ik alleen proza schreef, zich bij mij geen 'lyrisch ik' wilde aandienen.

Pas anderhalf jaar geleden, in oktober 2007, stak er in mij een poëtische storm op, die zich uitraasde in meer dan 30 gedichten in 3 maanden. Na ordening had ik een bundel, die ik de nuchtere titel 'Eerste poëzie' gaf. Ik heb na die eruptie nog maar twee gedichten geschreven, waaruit blijkt dat de poëzie voor mij de vrucht van een uitzonderingstoestand was en zal blijven. Wat wonderlijk is: in mijn proza ben ik mij zeer bewust van wat ik beoog en waar ik mezelf plaats, terwijl mijn poëzie quasi spontaan is. Ik lees op dit ogenblik fascinerende kritische poëzieboeken van Jos Joosten (Onttachtiging) en Dirk van Bastelaere (Wwwhhoooosshhh), maar voel geen enkele behoefte tot een zelfpositionering. Bij mijn poëzie is het mij om het even waar ik thuishoor. Op de Zee van de Poëzie varen vele schepen. Dat het mijne zeewaardig is, is mijn enige zorg.

Hier mijn laatste, ongebundelde, gedicht:


Westpoort, 26 september 2008


de windmolens draaien

vijftien bij vijftien
waait een tegelplein
voor de glazen entree
van het torenlijk

uitnemende lelijkheid
verstrekt het paspoort
tot de hoogste schalen

omdat de schat door de jaren zakte
naar de lagen onder het telbare
werken de mensen gaande zich weg

zij trainen hun lichtloze ogen
in de ontvangst van de nacht

langs de snelweg vullen
hun kinderen massa's grafjes
in het stratum van het verlies

de windmolens draaien

het dodenverkeer bloeit

maar ik zie onder het telbare
de lagen gloeien in beroering

ik luister en hoor hier

achter het verschrikkelijke geraas
nadert de verschrikkelijkste stilte

ik loop door

mijn overstap wacht

 

zondag 29 maart 2009

Begin - het is immers lente \ It's Spring, and the blogs are blossoming!

 
Het moest er eens van komen - een blog, een openbare verzamelplaats voor gedachten, reacties, proza, poëzie... Ik ben al lang geleden opgehouden met aantekeningen maken, ook al omdat veel van wat ik vind, zie, bedenk, mezelf afvraag al mondeling door mij wordt doorgegeven of letterlijk wordt verwerkt in mijn roman en mijn gedichten. Ik voeg nu deze publieke manier van (digitale) verduurzaming toe aan mijn arsenaal van conserveringsmiddelen...

Ik ben benieuwd of ik dit ga volhouden.

It was only a matter of time before I would decide to entrust part of my intellectual life to the digital warehouse that is a blog. Most things here will be in Dutch - short essays, prose fragments, thoughts, poems. But things musical, for example, will be dealt with in English.

I hope I will persevere...