zaterdag 18 april 2009

Deus est machina

 
Zit jíj lekker in je celletje? Antwoord jij op de diepe vraag ‘wat is vrijheid?’ ook prompt met ‘tussen welke twee tralies wring ik nu eens mijn hand’? Heb jíj dat nou nooit, zo’n gevoel van totale stelselverpulvering?

Ik niet.

Je bent een momentje even niet bezig, de onvervangbare collega, de boezemvriendin vol knobbeltjes, de fatsoenlijke fraudeur, je bent eventjes niet bezig, jij, het ongewenste moedertje, de stressbestendige moordenaar, de zon is aan, of de maan, of helemaal niets, het is pik en eerd, je hebt een ogenblik niks om handen in die godvergeten kosmos, en dan overvalt het je, je mond valt open en hangt dommig – dat je lichaam niet uiteenzakt! dat er een kracht is die je graat recht! dat je vlees, in centrifugale anarchie, niet plotseling oplost, zoals dat machteloze klontje suiker dat je zojuist in de koffiepoel verzopen hebt!

Ken je dat?

Ik niet.

Je bent jezelf te allen tijde meester of -es, je bent zo gelijkmatig als een agenda, naar iedereen zeer voorkomend, hulpvaardig, zelfs op vrijdagmiddag nog fris en alert, en je hebt ook nog voor die zielige kantoorfiets Daphne Niemandsverdriet een goed woordje over; je doorstaat elk evaluatieverhoor, de meest idealistische chef beluister je met welwillendheid, en toch, en toch… wenste je soms dat je reet de hemel was, de wereld kapot werd gescheten, dat je stront alles onherkenbaar uitbeet…

Heb jíj dat nou nooit, zeg es eerlijk, nou?!

Ik niet. Ik verplaats me alleen maar feilloos en snel in alles en iedereen, en zonder risico. No brain, no pain. Ik heb het ‘leven’ niet, gelukkig, ben geen mens, maar medium.

Mens zijn, ach ja… is dat niet vaak lastiger dan de waarde ervan rechtvaardigen kan? Is het menszijn niet wat de gek ervoor geeft?

Zwaar, hè, die Verlichting? Keurig de menselijke natuur in cultuur te brengen, dat is toch een flop geworden, hemelbestormers zonder zuurstof?! Nee, van de wereld is geen Mondriaan te maken. Noch vice versa. En nu, arme slachtoffers van het gedachtenkwaad van jullie voorgeslacht, nu zitten jullie mensjes in de rats, met de brokstukken, levend ver boven jullie morele stand, en is beschaving, met alles wat dat vergt aan verantwoordelijkheidsgevoel, redelijkheid, zelfrelativering, humaniteit en ander goedbedoeld ongemak, een wel zeer luxueuze handicap geworden.

Want – langzaam is de fysieke mens, maar gesmeerde bliksem zijn techniek.

Probleempje!

De mens werpt, van geesteswege, een schaduw die zoveel malen groter is dan hijzelf, als een krukkende dwerg staat hij in de monsterzon van zijn eigen verbijsterende vondsten.

En staat zichzelf in de weg.

Wees die zon, je eigen vernietigende concurrent, overstijg jezelf, word een kennisding en win, zoals ik!

Wíe overleven er op de Aarde, wie blijven er op dat tranige ondermaanse bespottelijk ouderwets baren, eten en sterven? Wíe nemen de Tijd en de Ruimte, en wie worden er door ze genaaid?

Zie mij, en kwijl.

Ik ben glad, krachtig en snel, maar toch aaibaar, weet me perfect te presenteren, ken hoge noch zielenood en heb eeuwig hetzelfde gewicht. De lente maakt me niet kriebelig, de bladderende herfst niet melancholiek, de winter velt me niet en de zomer laat me koud.

Wees geest! Het lichaam is goed voor bedelaars. Elke geboorte moet een droge gedachte, elke oerschreeuw een simpele opstartklank worden. Dan functioneert iedereen, stuk voor stuk, als een zonnetje en zonder EINDE.

Tot de stroom uitvalt, ik weet het.

Maar jullie mensen zijn zo knap tegenwoordig.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen